Het
Nieuwste
Brabant

Hét project dat geschiedenis schrijft over de toekomst van Brabant. Deze longread is een digitale bloemlezing van de 650 pagina’s essays, interviews en gedichten, met prachtige foto’s en illustraties. Ofwel: Het Nieuwste Brabant in vogelvlucht.

Selecteer een thema

Het Nieuwste Brabant. Waarom?

Introductie door commissaris van de Koning Wim van de Donk

Het denken over de toekomst van Noord-Brabant kent een lange geschiedenis. Commissaris van de Koning Wim van de Donk geeft hier een nieuwe impuls aan met Het Nieuwste Brabant. Met de overhandiging van het boek, op donderdag 20 maart 2014, aan de fractievoorzitters van Provinciale Staten nodigde hij alle Brabanders uit mee te denken en mee te discussiëren over de toekomst van Brabant.

Het Nieuwste Ondernemen

Mensen met hun hart in hun hand

Wanneer we zeggen dat we al meer dan acht eeuwen handelen bedoelen we niet dat we 800 jaar geleden voor het eerst iets ondernamen. Nee, de bodem

van die ondernemersgeest, moet ergens eerder in zicht zijn geweest. Als een land. Aan een horizon

Nu nog steeds: kastelen en kazernes, fort en fabriek, landgoed, bedrijvigheid, economie, slimme netwerken, elektrisch rijden en zonne-energie.

Duurzame warmte, die zit hem in daden op groen en maatschappelijk gebied – en ook en toch, ontegenzeggelijk

in het vormen van buren, bevolking, een band tussen mensen met hun hart in hun hand

op het moment dat ze die aan een ander geven.

Vicky Francken

Het succes van het Brabantse ondernemerschap komt niet uit de lucht vallen. Het is te danken aan de innovatieve en creatieve veerkracht van de Brabanders. Zij tillen regionale tradities, kwaliteiten en ambachten, die hier in de regio geworteld zijn, naar een hoger plan. Neem Floris van Bommel uit Moergestel: deze jonge ondernemer zet samen met zijn broers de schoenfabriek van zijn ouders voort, maar wel op een hedendaagse manier. Hij vernieuwde het traditionele ambacht van schoenmakerij en nu loopt half Europa op hippe Van Bommel-schoenen. Een mooi voorbeeld van Het Nieuwste Ondernemen.

Voortbouwen op bestaande humuslaag

In de vorige eeuw gingen in Brabant onder meer de leer- en textielindustrie grotendeels ten onder. Voor de regio’s rond Tilburg, Helmond en de Langstraat had dat economisch en sociaal enorme impact. Van deze malaise is niet meer te merken. Vanuit moeilijke omstandigheden is een nieuwe toekomst gebouwd. Precies zoals rondom Eindhoven gebeurde na de crises van DAF en Philips in de jaren tachtig, begin jaren negentig. Nu wordt Eindhoven Brainport alom erkend als de slimste regio van de wereld. Het typeert niet alleen de veerkracht en het optimisme die de Brabander eigen zijn, maar ook de slimme manier waarop wordt voorgebouwd op bestaande kennis en kwaliteiten. Het is te vergelijken met de landbouw op de Brabantse zandgronden. Met veel moeite moesten de boeren de schrale grond verrijken met mest. Jaar in, jaar uit. Gaandeweg ontstond een humuslaag waarop steeds weer nieuwe planten konden groeien. Precies zo bouwen veel vele kleine, nieuwe innovatieve bedrijven voort op de technische en industriële ‘humuslaag’ van voorbije decennia. Creatieve geesten blazen tradities, technieken en ambachten nieuw leven in.

Er is geen Brabantse ziel, maar voor zover er iets aanwijsbaar is zou ik het in die richting zoeken. In openheid, afwezigheid van somberte. Ik zelf ben geneigd wel een zekere mate van causaliteit te veronderstellen tussen crisis en creativiteit. Dat gold toen, in de veertiende eeuw, het gaat misschien ook op in onze tijd.

Frits van Oostrom, hoogleraar Nederlandse letterkunde

In Brabant krijgt men het niet snel te hoog in de bol. Ook de top van het bedrijfsleven, vooral familiebedrijven, bestaat meestal uit hele gewone nuchtere mensen. Brabanders zijn geen praatjesmakers, borstklopperij is hun vreemd.

Thom Aussems, directeur-bestuurder Trudo

Lekker aankloten, ‘pielen’

Het Brabantse ondernemerschap bevat twee belangrijke elementen: ‘proberen’ en ‘samen’. Ondernemers vinden elkaar gemakkelijk. Vaak informeel. Op straat, langs de lijn bij het voetbalveld, thuis aan de keukentafel. Zaken doen en privéleven vloeien in elkaar over. Samen ideeën bespreken en samen zoeken naar oplossingen. Een embryonale vorm van wat we tegenwoordig ‘open innovatie’ noemen. Feitelijk is het niet anders dan samen een carnavalswagen maken voor de optocht. De gekste constructies worden bedacht. Oplossingen die nodig zijn worden niet gevonden door alles vooraf uit te tekenen, maar veel meer door het intuïtief uit te proberen; slim gebruik maken van materialen die beschikbaar zijn. Een mooie term voor deze zoekende manier van fabriceren is ‘bricoleren’. De Franse filosoof Claude Lévi-Strauss maakte onderscheid tussen de ‘ingenieur' en de 'bricoleur': de ingenieur en de knutselaar. De ingenieur gedraagt zich als een wetenschapper. Hij is gericht op plannen met een vast einddoel. De knutselaar daarentegen gaat aan de slag gaat met dat wat voorhanden is, verzint ter plekke nieuwe dingen. Brabanders zijn daar sterk in. Juist omdat Brabanders dingen maken zie je dat we heel innovatief kunnen zijn. Innoveren is niet alleen iets van tekentafels, maar ook van klooien en proberen, van ‘pielen’.

Gezonde concurrentie

Boven de rivieren is men zakelijker, nuchterder; meer de kat uit de boom kijkend. Van Limburgers wordt gezegd dat je er als buitenstaander niet tussenkomt. Generalisaties met een kern van waarheid. Brabanders combineren beide eigenschappen. Doe je als buitenstaander mee met de vereniging, dan hoor je er al gauw bij. Brabander kun je worden, als je meedoet. Samen de handen ineen slaan. Dat zie je ook bij ondernemers. Ze zijn open, gericht op samenwerken. Maar wel met oog voor gezonde concurrentie.

Colette Cloosterman-van Eerd, Chief Commercial Officer van supermarktketen Jumbo zegt het zo: “Je hebt rivaliteit nodig, bijvoorbeeld tussen dorpen als Uden en Veghel. Ondernemers boksen tegen elkaar op vanuit hun dorpse trots. Wij zijn beter dan jullie. Daartegenover staat het samen doen. Het elkaar weten te vinden. Dat is de balans die Brabant voor het ondernemerschap uniek maakt.”

Coöperatie en globalisering

Brabantse samenwerking krijgt steeds nieuwe gezichten. Allerlei nieuwe vormen van ondernemerschap ontstaan. Zie de revival van de coöperatieve gedachte. Kleinschalige initiatieven van jonge mensen, die zich niet richten op bezitten maar op delen. Ondernemers en werknemers die samen een soort community vormen. Ze bevolken vaak oude industriële gebouwen , zoals Strijp S in Eindhoven, De Gruyterfabriek in Den Bosch of De NS Werkplaats in Tilburg. Plezier beleven uit het samen optrekken, creëren en recreëren. Het is te zien als een nieuwe vorm van familiebedrijf, van oudsher een kenmerkende kracht van de Brabantse economie.

Familiebedrijven hebben een economische en sociale kant. Ze sluiten aan bij het Rijnlandse model, dat zich kenmerkt door samenwerking en langetermijndenken (tegenover het Angelsaksische model dat meer gericht is op de korte termijn). Dus niet de aandeelhouders centraal, maar de continuïteit van het bedrijf. Desnoods even wat minder winst, maar dan wel met kracht voor de toekomst.

Philips ging weg, er kwam ruimte voor iets nieuws. Het leuke van Eindhoven is dat er een enorme creatieve energie is gegroeid tussen kunstenaars en vormgevers. Het klimaat is heel genereus. Ik vind echt dat we de mooiste werkplek ter wereld hebben.

Kiki van Eijk, ontwerper

Het familiebedrijf was een (samen)bindende factor. Niet alleen voor de eigenaar-familieleden maar ook als werkgever. De fabriek bood mannen, vrouwen en kinderen kans op werk en gaf zo hele gezinnen enige bestaanszekerheid.

Harry Lintsen, emeritus hoogleraar techniekgeschiedenis

De volgende stap

Het succes van ondernemend Brabant is fenomenaal. Vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft de provincie economisch fantastisch gepresteerd. Maar successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De internationaliseringen van de economie gaat razendsnel. Dat heeft niet alleen gevolgen van de concurrentiepositie van individuele ondernemers, ook als regio zal Brabant zich nadrukkelijk moeten laten gelden. Het gaat al lang niet meer alleen om het verkrijgen van opdrachten uit het buitenland, ook gaat het om het aantrekken van internationale investeerders en hoogwaardige arbeidskrachten.

Van oudsher trekken Brabantse ondernemers gemakkelijk de grens over. Dat heeft veel goeds gebracht. En nog steeds weten Brabantse bedrijven slim in te prikken op kansen in Europa en daarbuiten.

De internationalisering zorgt voor de ontwikkeling van internationale logistieke netwerken. De provincies Antwerpen en Noord-Brabant zijn een ideale vestigingsplaats voor logistieke bedrijven. Dat hebben ze te danken aan hun unieke ligging in de kern van de West-Europese industriële gebieden.

Thierry Vanelslander, hoogleraar transport, logistiek en havens

De stedelijke regio’s vormen samen met de provincies de belangrijke grondetage van het verbouwde Huis van Thorbecke. Ze bestaan bestuurlijk bij de gratie van de samenwerking van provincies en gemeenten en zijn steeds vaker grensoverschrijdend werkzaam.

Anton Zijderveld, emeritus hoogleraar sociologie

Maar nu is er meer nodig dan acties van individuele ondernemers. Om internationaal mee te doen moet de Brabantse regio een duidelijk profiel laten zien. Nooit eerder was de noodzaak zo groot om samen één verhaal vertellen dat aanspreekt in Europa, Amerika, maar zeker ook in Azië en het opkomende Afrika.

Mooi voorbeeld is Vlisco uit Helmond dat kleurrijke modestoffen produceert voor consumenten in West- en Centraal Afrika en ook voor de Afrikaanse consument in wereldsteden als New York en Parijs.

Kijken we naar de buitenlandse regio’s waarmee Brabant nadrukkelijk concurreert op het gebied van maakindustrie, high-tech en innovatie, zoals het Duitse Baden-Württemberg en Beieren, dan valt op dat die regio’s veel meer power hebben om de arbeidsmarkt, onderwijs bedrijfsleven op elkaar af te stemmen. Op dat gebied zal Brabant robuuste stappen moeten zetten om mee te blijven tellen.

Daar wordt volop aan gewerkt. Om tot een duidelijke propositie te komen, heeft de provincie vele gesprekken gevoerd met bedrijven en organisaties. De conclusie is dat Brabant herkend wil worden als regio waar slimme oplossingen worden bedacht: Europe’s heart of smart solutions. Brabant wil tot de Top 5 van de meest innovatieve regio’s in Europa horen. Brabant voelt zich minstens zoveel een regio van Europa als een provincie van Nederland. Het succes van Eindhoven is een pars pro toto voor het regionale verhaal. De eerste resultaten zijn inmiddels geboekt: in 2013 kreeg Brabant als vooruitstrevende ondernemende regio vanuit Brussel de EER-award (European Entrepreneurial Region of the Year). En onlangs berichtte de internationaal toonaangevende Financial Times dat Brabant de beste investeringsstrategie heeft van West-Europa.

De basis onder de Brabantse propositie zijn zes economische bolwerken: high-tech systems en materialen, life sciences/health, agrofood, logistiek, maintenance en biobased economy. Tot nu toe opereren deze clusters nog sterk op zichzelf en naar binnen gericht. De uitdaging ligt in het maken van kansrijke verbindingen en cross-overs tussen de clusters. Wat de provincie betreft zijn dat oplossingen voor maatschappelijke domeinen als agro-food, gezondheid, mobiliteit en energie. Voor deze kwesties is een gegarandeerde wereldmarkt en ook is het goed voor de leefbaarheid.

Om de Brabantse innovatie-motor op volle toeren te laten draaien is de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en overheid essentieel. Commissaris van de Koning Wim van de Donk zegt hierover: “Ontmoeten, wederzijds verbinden, dat is waar het op aan komt. Veel kanalen naar elkaar maken, dat is de kracht waar innovatie vandaan komt. Daar komen sociale innovatie en open innovatie ook samen. Het is belangrijk om dat idee vast te houden, dat veerkracht ook te maken heeft met de sociale kanten van de economie.”

Avond over het nieuwste ondernemen


Waar verdient Brabant over 20 jaar de kost mee?

Woensdagavond 21 mei 2014 vond de eerste avond over Het Nieuwste Brabant plaats. In de Groene Engel in Oss discussieerden betrokken Brabanders mee over de toekomst van het ondernemerschap in Brabant. Hoe ziet dat ondernemerschap uit? Hoe onderneemt de nieuwste generatie Brabanders? Is dat grootschalig, of juist kleinschalig? Is het internationaal georiënteerd, of lokaal verankerd? Is het maatschappelijk betrokken, of gericht op winstmaximalisatie? Over welke kennis en vaardigheden moeten de nieuwste ondernemers beschikken? En waar in Brabant bevinden zich eigenlijk de kiemcellen van het nieuwste ondernemerschap? Kunnen we misschien ergens al een glimp opvangen van het nieuwste ondernemen?

Nieuwsgierig naar de andere avonden over Het Nieuwste Brabant? Ga dan naar de website van BrabantKennis

Selecteer een thema

Het Nieuwste Brabant: ruim 650 pagina’s essays, interviews en gedichten, met prachtige foto’s en illustraties is helaas UITVERKOCHT!

Het Nieuwste Brabant vindt zijn inspiratiebron in Het Nieuwe Brabant, een bijzondere, driedelige uitgave die in de periode 1952-1955 is verschenen. Het Nieuwe Brabant was een initiatief van toenmalig commissaris van de Koningin, Jan Eduard de Quay (1901-1985).

U kunt de digitale versie van Het Nieuwe Brabant lezen op: www.brabant.nl/hetnieuwstebrabant

Het Nieuwste Organiseren

Het inzetten van de energieke samenleving van actieve burgers en ondernemers vraagt vooral een aanpassing in het denken en doen van de overheid. De overheid moet de ondernemersgeest en het leervermogen van de samenleving centraal zetten.

Maarten Hajer, directeur Planbureau voor de Leefomgeving

Welvaartsplan

Organiseren: het zit de Brabander in het bloed. Mensen bij elkaar krijgen, oplossingen bedenken en de mouwen opstropen. Brabanders gaan niet bij de pakken neerzitten. Kijk maar naar de manier waarop grote maatschappelijke problemen het hoofd zijn geboden. Mooi voorbeeld is het Welvaartsplan (1947-1949) dat onder leiding van Jan Eduard de Quay is opgesteld. Het doel: de noodzakelijk geachte industrialisering van onze provincie in goede banen leiden.

De Quay was indertijd als commissaris van de Koningin de grote roerganger. Brabant telde veel grote katholieke gezinnen, en landbouw was de dominante sector. Maar voor jonge boerenzonen was er in de landbouw nauwelijks werk meer te vinden. Voor de toekomst moesten er nieuwe bestaansvormen worden bedacht. De Quay zocht die vooral in de industrie. Samen met vertegenwoordigers van de Kerk en katholieke industriëlen werden plannen gemaakt. Hoe gaan we dat organiseren? Hier kwam het Welvaartsplan uit voort.

Hoofdgedachte achter dit plan was dat de traditionele structuur van de dorpen intact moest blijven. Men wilde de ontwikkeling van grote steden voorkomen. De boerenzonen zouden er hun agrarische roots verliezen of, erger nog, van hun geloof afvallen. Dus moesten ze op fietsafstand van hun dorp werk in de industrie kunnen vinden. De plannenmakers hadden de snelle opkomst van de brommer en later de auto echter niet voorzien. De toekomst liet zich ook toen maar moeilijk voorspellen. De cirkels met een straal van zes kilometer op de kaart van het Welvaartsplan bleken al snel achterhaald. Brabanders die dertig kilometer verderop bij Philips of DAF werkten, werden opgehaald door bedrijfsbusjes.

Zelforganiserend vermogen

De prominente rol van de kerk verdween. Daarvoor in de plaats schoven andere partijen aan. Tegenwoordig spreken we heel sjiek over de Triple Helix; waarmee de samenwerking van bedrijfsleven, scholen, kennisinstellingen en overheden wordt bedoeld. Een doelgerichte poging om de organisatiekracht van Brabant nog beter te benutten. Nog maar kort geleden gebeurde dat vooral op een informele manier. Kijk naar Eindhoven eind vorige eeuw. De burgemeester Rein Welschen, de voorzitter van de Eindhovense fabrikantenkring Theo Hurks en Henk de Wilt, voorzitter van de TU Eindhoven, zochten elkaar op toen DAF en Philips in de problemen verkeerde. Samen zorgden ze voor een oplossing. De componenten mogen dan veranderen, maar het mechanisme is steeds hetzelfde: ‘we lossen het samen op’. Op z’n Brabants: ‘we komen er samen wel uit.’

“Samenwerken en elkaar opzoeken zit in de Brabantse genen. Het is wereldwijd een enorm voordeel als je begrijpt dat coöperatie en concurrentie elkaar versterken”, zo stelt arbeidsmarktprofessor Ton Wilthagen. Dat geldt niet alleen op internationaal, maar ook op lokaal niveau. Ook daar liggen de voorbeelden van samenwerken voor het oprapen. Popcentrum 013 in Tilburg, het grootste poppodium van Zuid-Nederland vloeit rechtstreeks voort uit lokaal enthousiasme en de inzet van vele vrijwilligers. Of neem het beroemde bloemencorso in Zundert, dat wordt volledig georganiseerd vanuit een klein lokaal netwerk. De wagenbouwers leveren ieder jaar een fantastische prestatie, die internationaal de aandacht trekt. Niet financieel, maar sociaal kapitaal is waar dat succes op drijft.

Ook het mobiliseren van tegenkrachten maakt de kracht van het Brabantse organisatievermogen zichtbaar. Kijk naar het Brabantse protest tegen megastallen. Verontruste burgers (Burgerinitiatief Megastallen-néé ), maar ook kunstenaars (onder wie Marc Mulders) en boeren vinden elkaar en weten een brede maatschappelijke beweging op gang te brengen. Zo kwamen de megastallen op de politieke agenda en nu is de vraag uiterst actueel: hoe maken we van de intensieve veehouderij daadwerkelijk een toekomstbestendige duurzame sector? Brabant is er volop mee bezig. Milieugroeperingen, boeren, winkeliers en vleesverwerkers zitten samen aan tafel om over het probleem te praten. Samen zoeken ze naar een oplossing. Het debat wordt niet geschuwd, maar er is wel altijd het besef: we hebben het probleem samen laten ontstaan en we moeten het met elkaar oplossen.

Van wieg tot graf

Een groot deel van de vorige eeuw was vooral de kerk het middelpunt van het Brabantse organisatievermogen. In de verzuilde samenleving had bijna alles zijn oorsprong in de rooms-katholieke kerk. Van voetbalclub tot jongerensoos, van kleuterschool tot bejaardenzorg. Van wieg tot graf stond de kerk de Brabanders terzijde. Eén groot samenhangend netwerk van kerk, staat en samenleving dat in de laatste decennia van de vorige eeuw goeddeels uiteen viel.

De veranderingsambities van de babyboomgeneratie vervlogen in de jaren tachtig. Hun vrijheidsideaal had een snelle evolutie doorgemaakt in consumentisme dat zichtbaar een kille samenleving bracht, met obsessieve individualiteit en onthechting van grote groepen burgers.

Adriaan Geuze, directeur West 8, landschapsarchitectuur

Het gat dat hierdoor ontstond, is goeddeels opgevuld door de overheid. Maar ook daar komt een eind aan, nu Den Haag de geldkraan dichtdraait. De samenleving zal zelf met oplossingen moeten komen. De verantwoordelijkheid voor welzijn en geluk verschuift van de nationale staat naar lokale gemeenschappen. Wat dat betreft heeft Brabant goede kaarten; van oudsher is er al veel lokaal particulier initiatief. Noem het de participatiesamenleving, of netwerksamenleving; voor Brabant is het niks nieuws.

Gabriël van den Brink, cultuursocioloog aan Tilburg University, zegt hierover: “Brabanders zijn van oudsher een slag van aanpakken geweest. Hard werken, een eigen zaak opbouwen, kansen grijpen, tegenslag incasseren, nieuwe dingen verzinnen, volhouden: allemaal kwaliteiten die het sociale en economische leven in de provincie tot bloei hebben gebracht”.

Volgens Van den Brink hebben Brabanders moeite met de strikt zakelijke of anonieme sfeer die grootschalige organisaties vaak eigen is. “Ze zijn gehecht aan de menselijke maat. Ze mogen zich graag voor hun eigen buurt inzetten waarbij we de term ‘eigen buurt’ zowel in ruimtelijke als in sociale zin moeten verstaan. Het geeft niet alleen nabijheid en warmte maar het zorgt ook voor een zeker overzicht, een mogelijkheid om zeggenschap te houden over wat er wel of niet gebeurt, de kans om zaken bij te stellen als ze verkeerd lopen en om beter aan te sluiten bij de noden of de mogelijkheden die een bepaalde situatie biedt. Het gaat om een vorm van leefbaarheid in brede zin.”

De sociale structuren binnen de talrijke verenigingen, vrijwilligersclubs en buurtcontacten blijken belangrijke basisnetwerken te vormen voor solidariteit en omzien naar elkaar. Waar mensen elkaar kennen, worden ideeën en plannen gemakkelijker omgezet in daadwerkelijk initiatief.

Jeannette den Hartog & Mariëlle Blanken, onderzoekers PON

Het toenemend aantal keuzemogelijkheden om de tijd in te vullen, stimuleert tijdsdruk en haast. Dat leidt weer tot nieuwe eisen in het ruimtelijk beleid om snelheid en tijdwinst te boeken. De aanleg van meer wegen, hogesnelheidslijnen en meer landingsbanen draagt zo bij aan een cultuur van versnelling.

Theo Beckers, emeritus hoogleraar duurzame plattelandsontwikkeling

Open netwerken, dwarse oplossingen

Polderen is ook samen zoeken naar oplossingen. Eindeloos met elkaar praten en dat vastleggen in vuistdikke documenten is hier niet aan de orde. In Brabant bedenken we oplossingen aan de keukentafel. Daar ontstaan de beste ideeën in een ongedwongen sfeer. Het moet immers wel leuk en gezellig blijven; zaken worden geregeld ‘op de achterkant van een sigarendoosje’. Brabanders zoeken altijd naar de balans tussen eigen belang en andermans belang.

Initiatief begint met een dragend idee, een stip op de horizon. Ook Brainport is ooit begonnen als idee. Datzelfde geldt voor het Life Science Park in Oss, of de gebiedsontwikkeling Waterpoort in West-Brabant. Daar is klimaatverandering aanleiding om verschillende werelden rond het Volkerak-Zoommeer bij elkaar te brengen: zee en land, zoet en zout, zand en klei, stad en platteland, hoog en laag. Verbeteren van waterkwaliteit en versterken van economische vitaliteit gaan er samen. Mooie voorbeelden van hoe je uit problemen kansen weet te creëren. Het nieuwste organiseren bestaat eruit dat je slim weet in te spelen op de dingen die zich opeens voordoen, waarna zomaar een window of opportunity kan ontstaan.

In Brabant is er altijd een ontsnappingsclausule, een achterdeurtje. Dat heeft te maken met een zekere relativering, ook van gezag. Brabanders hebben – anders dan in bijvoorbeeld de Randstad – altijd een beetje curieuze, gespannen verhouding gehad met het gezag. Arbeiders gingen braaf ter kerke om de pastoor genegen te zijn, maar achter zijn rug om deden ze precies wat ze wilden.

Van burgerparticipatie naar burgerinitiatief

Nadat eerder de kerk zijn hoofdrol kwijtraakte, staat nu ook het maatschappelijk middenveld onder druk – de woningbouwcorporaties, scholen, zorginstellingen, enzovoorts. De maatschappelijke organisaties zijn te veel in zichzelf gekeerd, gebureaucratiseerd, en afgedreven van de mensen en de gemeenschappen waaruit ze zijn voortgekomen. Door affaires, bijvoorbeeld bij woningcorporaties, verliezen ook steeds meer burgers het vertrouwen in deze ondernemingen met een publiek doel. Het is de kunst om de verbinding met de samenleving te herstellen en vernieuwen. Daarvoor zullen de netwerken opener moeten worden gemaakt. Dat maakt ook dwarsere oplossingen mogelijk.

Er komt een nieuwe generatie aan met veel engagement. Jongeren die zich anders willen organiseren op een andere manier zin geven aan hun leven. Het maatschappelijk middenveld zal zich hiervoor moeten openstellen door ruimte te geven aan burgerinitiatieven en aan jongeren met hun nieuwe ideeën. Dat is vooral een kwestie van vertrouwen. Hier schuilt een grote opgave voor het middenveld en de overheid.

Ik mis in Brabant de laagdrempelige en hoogwaardige open ondernemersnetwerken. Ik hoor wel dat er allerlei informele Brabantse netwerken zijn, maar die zijn gesloten voor buitenstaanders. Hier is het meer ons-kent-ons.

Kim Spinder, innovator en piraat

Hoe goed Brabant in de toekomst presteert, hangt niet zozeer af van het aantal patenten dat de Brabantse industrie weet te noteren en evenmin van technologische innovatie. De bottleneck wordt sociale innovatie. De nieuwe klassenstrijd vindt plaats tussen werkenden en niet-werkenden

Frank van Empel en Caro Sicking, Woordwerk

De ontwikkelingen gaan snel. Uit geldgebrek doen overheden overal een stap terug. En tegelijkertijd neemt de maatschappelijke zelforganisatie steeds concretere vormen aan. Zie de vele lokale energie- en glasvezelcoöperaties die in het Brabantse buitengebied als paddenstoelen de grond uit schieten. Groepen mensen die rondom maatschappelijke thema’s het heft in eigen hand nemen. Kijkend door de oogharen, gloort aan de horizon Wikitopia: de ideale regio waarin burgers zelf hun zaakjes regelen.

Creatieve initiatiefnemers

In zijn oratie ‘Verlangen naar Wikitopia’, die professor Justus Uitermark begin 2014 uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Samenlevingsopbouw, waarschuwt hij voor verschillen tussen regio’s. Volgens hem is het zelforganiserend vermogen ongelijk verdeeld. De ene regio is beter in staat voorzieningen in stand te houden dan andere. Volgens Uitermark zorgt een goed stelsel van stichtingen en verenigingen ervoor dat mensen zich gemakkelijker met elkaar kunnen verbinden. “Is zo’n stelsel er, dan kunnen mensen zich ontpoppen tot energieke en creatieve initiatiefnemers, mensen die het verschil maken, elkaar verder brengen met een grotere kans op succes.”

Het rijke Brabantse verenigingsleven lijkt aan deze voorwaarde te voldoen. Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat Brabanders geen stichtingen nodig hebben om elkaar te vinden; zonder instituties lukt dat ook wel. De noodzaak om elkaar te vinden neemt toe, ook in Brabant. Het rijk schuift jeugdhulp, zorg en sociale zekerheid immers door naar de gemeenten. Tegelijkertijd is er minder geld beschikbaar om deze taken uit te voeren. Om deze megaklus te klaren ‘mobiliseren’ steeds meer Brabantse gemeenten daarom ‘burgerkracht’. Dat is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wat vroeger vanuit de kerk kwam moeten we nu zelf doen.

Binnen de samenleving die steeds meer zelforganiserend wordt, is het vooral de overheid die haar werkwijze moet herzien. Er wordt wel gezegd: ‘burgers en bedrijven kom zelf met oplossingen’, maar oh wee als iemand met een afwijkend idee komt aanzetten. Burgers en bedrijven die met eigen initiatief komen aanzetten, moeten nog maar al te vaak door het hoepeltje van de overheid springen.

De grootste opgave ligt niet aan de kant van de burger, maar aan de kant van de overheid. Die weet zich niet altijd raad met de toegenomen ‘burgerkracht’. Mag de burger nu nog op verzoek van de overheid meepraten (burgerparticipatie), spoedig zal dat omslaan in burgerinitiatief. De volgende stap is dan overheidsparticipatie: de overheid ondersteunt burgers bij hun initiatieven.

Ik vind het helemaal niet jammer dat het gezag niet meer vanzelf spreekt. Ik vind het heerlijk om tussen de mensen te staan en daarmee op min of meer gelijke hoogte met hen. Ik denk dat het besef dat het vanzelfsprekend is om verantwoording af te leggen, in algemene zin nog onvoldoende tot wasdom is gekomen.

Willemijn van Hees, burgemeester gemeente Geertruidenberg

Avond over het nieuwste organiseren



Zelfredzaamheid: hoe gaan we het doen?

Meer dan ooit vraagt de overheid van burgers om zelf het voortouw te nemen. Hoe is het in Brabant gesteld met die veelgeprezen én verguisde participatiesamenleving? Om die vraag draaide het tijdens de afsluitende bijeenkomst in de reeks rond ‘Het Nieuwste Brabant’, op donderdag 9 oktober 2014 in Eindhoven. Een avond over ‘Het Nieuwste Organiseren’, ondernemende ouderen, zzp’ers als cadeautje en Nederland als ‘wereldkampioen mantelzorg’.

Nieuwsgierig naar de andere avonden over Het Nieuwste Brabant? Ga dan naar de website van BrabantKennis

Selecteer een thema

Het Nieuwste Brabant: ruim 650 pagina’s essays, interviews en gedichten, met prachtige foto’s en illustraties is helaas UITVERKOCHT!

Het Nieuwste Brabant vindt zijn inspiratiebron in Het Nieuwe Brabant, een bijzondere, driedelige uitgave die in de periode 1952-1955 is verschenen. Het Nieuwe Brabant was een initiatief van toenmalig commissaris van de Koningin, Jan Eduard de Quay (1901-1985).

U kunt de digitale versie van Het Nieuwe Brabant lezen op: www.brabant.nl/hetnieuwstebrabant

Het Nieuwste Verbeelden

Brief aan de bevolking

Aan: allemaal, iedereen, overal.

Het gaat, in het algemeen, over op reis gaan een deur openen en over de drempel stappen.

Als je op het juiste moment geluk hebt – bestaat daarvoor ook een verkeerd moment? – of hard werkt

of samen inspanningen verricht, ideeën verbindt hier en daar wat wikt en weegt en dan

de juiste weg oversteekt

blijk je veel te bereiken.

Hoe we een gemeenschap zijn die net zo goed gezelschap had kunnen heten

hoe we elkaar opnemen en in elkaar opgaan.

Vicky Francken

Wat heeft een licht- en designfestival als Glow te maken met de schilderijen van Jheronimus Bosch en Circo Circulo? Of de Tilburgse kermis met de Raveleijn-show in De Efteling? Het zijn allemaal voorbeelden eigentijdse evenementen die voortgekomen zijn uit de rijke (historische) beeldcultuur van Brabant.

We leven in een visuele wereld. Overal maken we foto’s van die we delen via social media. Serious gaming (leren via games) rukt op, mediaboodschappen zijn vooral beeldgestuurd. De kracht van visualiseren wordt steeds meer toegepast. Brabant is daar extra gevoelig voor. Van oudsher is de Brabander meer beeldend ingesteld. Dat heeft onder meer te maken met de rijke beeldcultuur van de katholieke kerk, die lange tijd letterlijk en figuurlijk in het midden van de Brabantse samenleving stond. Denk aan het fraaie interieur van de neogotische kerken met hun gebrandschilderde ramen, het liturgische toneel van de middeleeuwen, de ceremonie rond de heilige mis, de processies en ook het carnaval.

Orgelspel klinkt op tegen de hoge gewelven, gildebroeders met trommels en vaandels schrijden voort en gezeefd licht valt door de kleurige ramen. Voor in de kerk het beeld van Maria, de Zoete Moeder Gods, in een gloed van kaarsen. De Sint-Jan in de Mariamaand.

Dr. Wies van Leeuwen, architectuurhistoricus

Gabriël van der Brink, cultuursocioloog aan Tilburg University zegt over de invloed van de katholieke beeldcultuur : “Het ritueel, het beeld en het theater worden in de Rooms-katholieke kerk nadrukkelijk gecultiveerd. Een gevolg daarvan is dat Brabanders een duidelijke gevoeligheid voor de niet-talige en niet-cognitieve dimensie van het leven aan de dag leggen.”

Continustroom aan beeldenmakers

De actualiteit van de katholieke beeldtaal mag tegenwoordig minder vanzelfsprekend zijn, ze echoot na in een rijke culturele infrastructuur. Van oudsher zijn er kunstacademies in Breda, Eindhoven, Tilburg en ’s-Hertogenbosch; vele decennia lang leveren zij een continue-stroom aan beeldmakers (schilders, beeldhouwers, vormgevers, etc.). Overal ontstaan nu multimedia-centra in oude fabrieksgebouwen; broedplaatsen voor vernieuwende cultuuruitingen. Het domein van de Brabantse beeldcultuur is niet alleen groot, maar ook zeer divers: niet alleen ‘autonome’ beeldende kunst, vormgeving en AV (audiovisueel), maar ook architectuur, games, animatie en design. Deze brede sector zoekt steeds vaker samenwerking met maatschappelijke domeinen zoals vrijetijdseconomie, ruimtelijke ordening, erfgoed en onderwijs.

Mooi voorbeeld van vernieuwing in de architectuur is de Glazen Boerderij in Schijndel naar een ontwerp van oud-Schijndelnaar Winy Maas. Architectuur met een knipoog naar de traditionele Brabantse architectuur van boerenhoeves. Een gebouw dat een passend omhulsel vormt voor uiteenlopende vormen van bedrijvigheid zoals boerderijen vroeger ook café annex winkel konden zijn.

Dutch Design Week

Uithangbord van de Brabantse beeldkracht is de jaarlijkse Dutch Design Week. Je krijgt vanzelf goede zin als je ziet hoeveel jonge mensen die beeldkracht inzetten om oplossingen te verzinnen voor ingewikkelde maatschappelijke problemen. Ooit begonnen als kleinschalig initiatief van een groep ontwerpers uit Eindhoven, inmiddels uitgegroeid tot een grootschalig en internationaal jaarlijks evenement: 1800 designers, 300 activiteiten, 85 locaties en meer dan 200.000 bezoekers. Een evenement waarbij design in allerlei facetten centraal staat, bomvol creativiteit en inventiviteit. En het is vooral meer dan technologie ‘in een mooi jasje steken’. Neem bijvoorbeeld het onderdeel Agri meets Design de serie FARM:LABS: ontwerpsessies waar boeren, beleidsmakers en ontwerpers aan de slag gaan met thema’s als slimme verpakkingen, robots op het erf, educatie, crowdfunding en het ontwerpen van nieuwe businessmodellen.

Steeds vaker gaat het om sociaal-culturele innovaties: hoe geven we vorm aan de Brabantse samenleving? De mondialisering van markten, snelle technologische ontwikkelingen maar ook vergrijzing zorgen ervoor dat traditionele organisatievormen niet meer voldoen. Voor succesvolle en duurzame groei van bijvoorbeeld de Brabantse agro- en foodsector is meer nodig dan het creëren van nieuwe technologische kennis. Sociale innovaties zijn nodig om nieuwe technologisch kennis slim te benutten en te verbinden met creativiteit van mensen en organisaties. Dat is wat jonge ontwerpers drijft; samen zoeken naar antwoorden op maatschappelijke vraagstukken. Denk aan thema’s als agro-food, gezondheid, mobiliteit en energie waarbij technologie en design hand in hand gaan.

Regionale traditie en identiteit productief maken

De verbeeldingskracht van Brabanders is voor de toekomst van de Brabantse economie dan ook een steeds belangrijker ‘grondstof’. Het verzinnen van nieuwe oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken zoals zorg en energie, vragen om creativiteit en innovativiteit. De bereidheid om over de schutting van bestaande sectoren, instituten en organisaties heen te denken. Behalve verbeeldingskracht geldt dat ook voor andere kwaliteiten van de Brabanders (zoals ‘ondernemende houding’ en ‘betrokkenheid en gemeenschapszin’). Allemaal krachten die verbonden zijn met de Brabantse mentaliteitsgeschiedenis. Kwaliteiten die in het verleden zijn gegroeid. Hierover zegt commissaris Wim van de Donk zijn inleiding van Het Nieuwste Brabant:

“Daarom is het onderzoek naar tradities, mentaliteit en identiteit van onze provincie zo belangrijk. Niet (alleen) als een studie naar een belangwekkende vorm van ‘immaterieel erfgoed ’ maar (vooral) als een belangrijke voedingsbron voor een eigentijdse, op dat Brabantse DNA gebaseerde set competenties of een herkenbare stijl waarin we op een nieuwe en frisse manier kunnen investeren.”

“Het is de vraag hoe we de regionale traditie en identiteit zo in beeld kunnen brengen dat deze in onze tijd weer ‘productief’ kan worden. Het ‘Brabantse’ moeten we niet zien als iets dat moet worden verdedigd, maar als iets dat juist aanvallend moet worden gebruikt en waarvan de dynamiek als iets positiefs moet worden (h)erkend.”

Nieuwe bedrijvigheid

Tot begin van de jaren ‘90 trokken mensen weg van de Brabantse steden naar het platteland. Nu zien we een omgekeerde beweging. De steden bruisen, jonge mensen komen daar op af. Er ontstaat nieuwe, eigentijdse bedrijvigheid, zoals in Strijp S in Eindhoven, de Tilburgse Spoorzone en De Gruyterfabriek in Den Bosch. Oude industriële en religieuze gebouwen krijgen zo van onderop een nieuwe, vaak creatieve bestemming. Kunstenaars, ‘nieuwe makers’, designers en sociale ondernemers vinden de sfeer en de ruimte die deze gebouwen bieden aantrekkelijk. Ze bieden een omgeving waarin de creativiteit tot bloei komt. ‘Nieuwe ideeën hebben oude gebouwen nodig’, zo luidt dan ook de bekende stelling van de Amerikaanse sociologe Jane Jacobs.

Maar misschien is ook het omgekeerde waar: oude gebouwen hebben nieuwe ideeën nodig. Dat heeft alles te maken met de krimp in het buitengebied. Kerken, scholen en winkels sluiten. Ook steeds meer agrarisch vastgoed komt leeg te staan. Regionale bevolkingskrimp kan niet worden tegengegaan; het gaat vooral om het behoud van leefbaarheid en kwaliteit. Hoe geven we daaraan vorm? Is het een bedreiging of kans? Kunstenaars geven oude gebouwen nieuwe betekenissen. Sommigen trekken naar het buitengebied, bouwen boerderijen om tot werkplaatsen waar van alles gebeurt. Het is de kunst om een slimme wisselwerking te creëren tussen het buitengebied en de Brabantse steden, waar de jongere beroepsbevolking en de economische groei zich zal concentreren. Hergebruik, behoud van leefbaarheid en kwaliteit , zowel in de stad als op het platteland, vereist verbeeldingskracht.

In de groeiende behoefte aan authenticiteit, herkenbaarheid en betrouwbaarheid van producten en diensten zie ik kansen voor een nieuwe relatie tussen stad en land, tussen natuur en cultuur.

Jannemarie de Jonge, landschapsarchitect

Na een periode van verzuilde ideologie en ontzuilde planologie hebben stad en land in Brabant meer dan ooit baat bij bezielde netwerken en coalities. In de overgangszone tussen stad en land zien we die bezieling in meervoud en van onderop ontstaan. Daar ontmoeten steeds meer producenten en consumenten elkaar in de eerste plaats als burgers die elkaar vinden in een gemeenschappelijke zorg om de leefomgeving.

Joks Janssen, hoogleraar ruimtelijke planning en erfgoed

Designer Kiki van Eijk deelt haar atelier met collega Joost van Bleiswijk in Strijp T, een voormalige fabriekshal van Philips: “Een van de mooiste werkplekken ter wereld” Maar ze voegt eraan toe: “Wij hebben een boerderij gekocht net buiten de stad, op een fantastische plek in het gehucht Urkhoven, dicht bij de Collse watermolen. Het is een traditionele langgevelboerderij uit 1890, met vier linden voor de deur. Daar ligt voor de onvoorzienbare toekomst het gezinsgeluk, dat denk ik wel ja.”

Brabant Culturele Hoofdstad

Dat Brabant in 2018 geen Culturele Hoofdstad van Europa is geworden, neemt niet weg dat Brabant cultureel veel te bieden heeft en steden en provincie hieraan volop verder bouwen. Omdat het goed is voor de leefbaarheid. Daar profiteren alle Brabanders van en ook stimuleert het de economie. Natuurlijk zijn er de bekende Brabantse festivals, musea en het vele culturele erfgoed. Maar er wordt ook volop gewerkt aan nieuwe initiatieven. Een interessant voorbeeld is de ontwikkeling op het voormalig CHV-fabrieksterrein in Veghel.

Dit terrein wordt omgevormd tot een cultureel bolwerk waar van alles te beleven valt. Boven in een gigantische oude graansilo is een restaurant gevestigd met uitzicht over Veghel en omgeving. In de oude fabriekspanden is volop cultuur te beleven. Behalve een filmhuis, museum en een galerie, zijn er ook plekken voor muziekverenigingen om te repeteren, ruimte voor talenten - artists in residence - en een levendig poppodium waar regelmatig bandjes optreden. Op deze cultuurhistorische locatie wordt ook jaarlijks het Slokdarmfestival georganiseerd waarbij de ontmoeting van voedsel en cultuur centraal staat.

Dit soort ontwikkelingen waarbij industrieel erfgoed nieuw (cultureel) leven wordt ingeblazen, is overal in Brabant te zien. Overigens krijgen ook kerkgebouwen die in onbruik zijn geraakt, dergelijke nieuwe functies. Mooi dat de katholieke kerk als aanjager van de Brabantse beeldcultuur ook in de actualiteit van het hedendaagse culturele leven zo nog een rol speelt en daarmee de cirkel rond maakt.

Bedrijfsleven

Cultuur versterkt de leefbaarheid en dat is ook vanuit economisch perspectief van groot belang. Goede culturele voorzieningen, een bloeiend kunstklimaat en een hoge kwaliteit van leven zijn belangrijk voor het aantrekken van internationaal talent. Ook bedrijven die zich hier willen vestigen, zoeken een aangenaam leefklimaat voor hun medewerkers. Dat wist Philips vroeger al met het Philips Ontspanningscentrum en vervolgens met het Evoluon. De werknemers kregen veel meer vrije tijd om in te vullen en het leven aangenamer te maken.

Mensen worden getrokken door stedelijke samenleving omdat ze daar creativiteit ontmoeten. Dat is de grote omslag die gaande is; vroeger volgde wonen werken. Nu zitten we in de fase dat werken wonen volgt. Bedrijven komen af op de interessante arbeidsmarkt, een aantrekkelijke stedelijke omgeving.

Roel Rutten, universitair docent innovatie en regionale ontwikkeling

Leren wordt steeds meer synoniem aan leven. Het een kan niet meer zonder het ander. Hokjes, vakjes, het een afschermen voor het ander is voorgoed voorbij. De nieuwe campussen worden broedplaatsen van ideeën.

Paul Rüpp, voorzitter CvB Avans Hogeschool

Vitale straatcultuur

Vergeleken met andere provincies heeft Brabant een krachtige culturele infrastructuur. Niet alleen formeel (theaters, musea, kunstacademies, etcetera) maar ook informeel; een vitale ‘straatcultuur’ die van onderop is gegroeid. Denk aan ‘vrijplaatsen’ Hall of Fame, Ladybird en Area 51; vaak oude fabriekspanden waar graffiti, muziek en skaten de boventoon voeren. Ook levert Brabant opvallend veel cabaretiers waarvan de oorsprong vaak ook ligt bij het tegendraadse van ‘de straat’.

Het is opvallend hoe Noord-Brabant kan fungeren als een broedplaats voor vernieuwende cultuuruitingen, zoals in de sfeer van de jazz, popmuziek, cabaret en kleinkunst; van het nieuwe circus en de musical tot het absurdisme, sculpturale architectuur, straatpoëzie, locatiekunst, animatie, design.

Hans Mommaas, hoogleraar vrijetijdswetenschappen, Tilburg Universiteit

Uitdaging voor de toekomst

Voor een succesvol Brabant is een provincie nodig die mensen blijvend kan aantrekken en uitdagen. Kunst en cultuur functioneren daarbij als aanjager. Brabant is niet één tijd, één generatie, één verhaal. Het is een samengaan van geschiedenissen en levenswijzen. Kunst en cultuur laten dat zien. Hoe rijker deze cocktail is, hoe aansprekender de provincie.

Cultuur en creativiteit zijn essentieel voor een vitaal en veerkrachtig Brabant. Samenwerking tussen de cultuursector, economie en ecologie leidt tot nieuwe verbindingen. Het zijn met name jonge mensen in de Brabantse industrie die zich verbinden met een maatschappelijke opgave. Je ziet daar enorm veel energie loskomen als je zegt dat je innovatie en ontwikkeling gaat inzetten om de ouder wordende bevolking van Brabant te ondersteunen. Dat is de boodschap die Brabant ook in Europa wil vertellen. Verbeeldingskracht als motor van economische vernieuwing.

Avond over het nieuwste verbeelden



Verbeeldingskracht als motor van verandering en vernieuwing

In de inspirerende Hall of Fame in de Spoorzone in Tilburg spraken donderdagavond 11 september 2014 Brabanders en niet-Brabanders over Het Nieuwste Verbeelden. Tijdens deze avond over de toekomst van Brabant stond de vraag centraal hoe we verbeeldingskracht kunnen mobiliseren met het oog op toekomstige opgaven. Hoe sterk is traditioneel de kracht van het verbeelden in Brabant? Is het aanbod van kunst en cultuur aan het verschralen? Gaat jong talent verloren? Komen nieuwe, onverwachte initiatieven tot bloei? Hoe ondernemend is de nieuwe generatie van creatieve makers? Worden zij gesteund vanuit hun opleidingen? Hoe zetten zij informele contacten en de digitalisering in om hun verbeelding vorm te geven?

Nieuwsgierig naar de andere avonden over Het Nieuwste Brabant? Ga dan naar de website van BrabantKennis

Selecteer een thema

Het Nieuwste Brabant: ruim 650 pagina’s essays, interviews en gedichten, met prachtige foto’s en illustraties is helaas UITVERKOCHT!

Het Nieuwste Brabant vindt zijn inspiratiebron in Het Nieuwe Brabant, een bijzondere, driedelige uitgave die in de periode 1952-1955 is verschenen. Het Nieuwe Brabant was een initiatief van toenmalig commissaris van de Koningin, Jan Eduard de Quay (1901-1985).

U kunt de digitale versie van Het Nieuwe Brabant lezen op: www.brabant.nl/hetnieuwstebrabant

Het Nieuwste Verbinden

Ik loop hier alleen

in een te stille stad

ik heb eigenlijk nooit

last van heimwee gehad,

maar de mensen ze slapen,

de wereld gaat dicht,

en dan denk ik aan Brabant,

want daar brandt nog licht.

Guus Meeuwis – Brabant

Brabanders vinden elkaar gemakkelijk. Op alle niveaus. Dat is kenmerkend voor de Brabantse stijl. Zelfs bij de scherpste belangentegenstellingen gaat de deur niet op slot en blijft er bereidheid tot gesprek en samenwerking. Natuurlijk wordt er wel eens met de vuist op tafel geslagen. Maar het besef van de noodzaak tot samenwerking is nooit lang afwezig. Niet voor niets zitten milieugroeperingen, boeren, winkeliers en vleesverwerkers samen aan tafel om over het megastallenprobleem te praten.

De sociale structuren binnen de talrijke verenigingen, vrijwilligersclubs en buurtcontacten blijken belangrijke basisnetwerken te vormen voor solidariteit en omzien naar elkaar. Waar mensen elkaar kennen, worden ideeën en plannen gemakkelijker omgezet in daadwerkelijk initiatief.

Brabanders voelen zich verbonden met hun leefomgeving en zetten zich daar ook graag voor in. Brabant kan daarbij ook nog eens bouwen op een groot reservoir aan betrokkenheid. Het ‘saamhorigheidsgevoel’ is een van de belangrijkste zaken waar Brabanders trots op zijn.

Neem het succes van wereldspeler ASML. Vertrouwen en Brabantse verbondenheid zijn hiervoor belangrijke elementen, zo geeft de huidige CEO Peter Wennink aan. De producten die het bedrijf maakt zijn zo complex dat daarvoor binnen de organisatie maar moeilijk regels te maken zijn. Daarvoor in de plaats zijn samenhang en onderling vertrouwen gekomen. Iets dat je ook vaak in Brabantse familiebedrijven tegenkomt. Daar vormen het sociale, het economische en het ecologische, één balans.

In het verlengde hiervan ligt dat ‘open innovatie’ Brabanders goed past. Wetenschapper Roel Rutten die de organisatie van innovatie bestudeert, laat in zijn artikel over Het Nieuwste Brabant zien hoe een groep Nederlandse bedrijven zich vroeg in de jaren negentig richtte op de vraag ‘hoe maken we een nieuwe kleurencopier?’ Al snel werd volgens Rutten de vraag ‘hoe kunnen we samen door één deur?’ het meest urgent. “Het ging om vertrouwen in elkaar, geven en nemen. Experts van andere bedrijven, soms ook concurrenten, moesten bij elkaar ‘in de keuken kijken’ om een beter product te ontwikkelen.” Dat gaat de een beter af dan de ander. Rutten stelt dat de Brabantse mentaliteit zich goed leent voor samenwerking en vertrouwen. “Het is een feit dat intensieve samenwerking rond innovaties elders veel minder goed van de grond is gekomen dan in Brabant.” . Die coöperatieve houding is historisch goed te verklaren, aldus economisch historicus Paul Brusse. ‘Brabant was eeuwenlang niet de rijkste provincie. Dan weet je dat je het vooral van elkaar moet hebben om vooruit te komen.’

Kansen voor de toekomst

Verbinding tussen burgers zorgt voor stabiliteit in de samenleving. Wel met deze aantekening dat te veel verbinding ‘wij-zij gevoelens’ versterkt en andere groepen zou kunnen uitsluiten. Een mix is nodig: verbinding zorgt voor stabiliteit, maar verbinding moet ook ‘overbruggen’. Juist dat laatste zorgt voor vernieuwing. Toegang tot sociale netwerken met een totaal andere achtergrond zorgt immers voor nieuwe bronnen van kennis, vaardigheden en creativiteit. Dat is belangrijk voor individuen en organisaties, maar ook voor het realiseren van de ambities van Brabant. In slimme verbindingen (van mensen, bedrijven en sectoren) liggen de kansen voor de toekomst. Vooral in combinatie met technologische innovaties. Maar ook de verbinding met kunst en cultuur levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het samenleven. Ze dragen bij aan identiteitsvorming, een belangrijk motief om je ergens thuis te voelen.

Regio’s zoals Brabant met een sterke, maar relatief open culturele identiteit creëren verbondenheid in een steeds virtueler wordende wereld. Niet voor niets is de maatschappelijke belangstelling voor dialect en streektaal, voor lokale geschiedenis, genealogie, streekgerechten en lokale feesten en tradities sterk toegenomen. Overheden en bedrijven spelen op deze ontwikkeling in, bijvoorbeeld door middel van regiobranding. Daarbij wordt de vermeende essentie van een regio vastgesteld, vermarkt en vormgegeven voor een breed publiek. Idee is dat zo de aantrekkingskracht van de regio voor bewoners, bezoekers en bollebozen kan worden vergroot.

Alleen als we ons verbonden blijven voelen met wat hier door onze voorgangers bereikt is, kunnen onze eigen waarden opnieuw ‘geladen’ worden en behoeden ze ons voor modieuze oppervlakkigheid. En dan kan het zomaar gaan gebeuren dat overheid, bedrijven, onderwijs en kunstwereld structureel samenwerken aan de kwaliteit van de samenleving in Brabant. Daar ging en daar gaat het om.

Joep Baartmans-van den Boogaart, oud-Gedeputeerde cultuur

De typering van de Brabantse ‘cultuur’ als Bourgondisch en de onuitroeibare drie g’s (gezellig, gemoedelijk en gastvrij) dateren uit de dagen van Brabantia Nostra dat als beweging in de jaren dertig en veertig haar hoogtepunt beleefde.

Arnoud-Jan Bijsterveld, hoogleraar Cultuur in Brabant

Maar het doelbewust vormgeven van identiteit is niet zonder gevaar. Volgens cultuurdeskundige Gerard Rooijakkers hebben instituten de neiging om van bovenaf de identiteit van Brabant te bepalen. Dat is gedoemd te mislukken. Als voorbeeld noemt Rooijakkers (voormalig) commissaris van de Koningin Hanja Maij-Weggen die bij haar aantreden in 2003 Brabant een plezier dacht te doen met het officieel vaststellen van het Brabantse volkslied. “Alle inspanningen van een geleerde commissie ten spijt, is het project zieltogend ten onder gegaan. Ik ben altijd een fervent tegenstander van deze symbolische cultuurpolitiek geweest. Het lied Brabant van Guus Meeuwis eindigt steevast in de hoogste regionen van de Top 2000. Het wordt tot ver buiten de provincie gewaardeerd en gezongen. Het is een les dat cultuur en identiteit zich niet van bovenaf laten aansturen.” Het Brabantgevoel is vooral iets van de Brabanders zelf. Daar moeten beleidsmakers vanaf blijven.

Hoogleraar Hans Mommaas van Telos sluit zich daarbij aan. “Je moet voorkomen dat de politiek het gevoel gaat overnemen. Het moet niet doelbewust onderdeel worden van het beleid. Soms is dat functioneel in het kader van toerisme. Maar het Brabantgevoel moet vooral een bron zijn van samenwerking en samen dingen doen. Het is dus veel meer een werkwoord dan een passief symbolisch idee.”

Het gevoel ‘ergens bij te horen’

Verbinden gaat ook over ‘binding hebben met’. Het gevoel om ergens bij te horen. Dat is belangrijk nu we steeds meer communiceren via internet. De globale economie is steeds minder gebonden aan plaats en tijd. Daarbij hebben we te maken met trends en ontwikkelingen die steeds sneller gaan. Zo heeft de opkomst van het online winkelen in slechts enkele jaren voor een groeiende leegstand in de Brabantse detailhandel gezorgd. Van de totale Brabantse winkeloppervlakte van 4,7 miljoen m2 staat momenteel 10% leeg. In die groeiende onzekerheid is het fijn om ergens bij te horen en je eigen plaats te hebben. Dat blijkt ook uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau dat aantoont dat Nederlanders behoorlijk gelukkig zijn. Dat heeft vooral te maken met ieders eigen leventje ‘thuis’. Want tegelijkertijd maken we ons wel zorgen over (inter-)nationale ontwikkelingen.

Het nieuwste Brabantgevoel is luchtiger, verlost van de traditionele zwaarte van de katholieke geloofsgemeenschap. Het is net als vroeger nog steeds een cultuur van onderlinge verbondenheid en netwerken. Alleen verbinden we ons niet enkel meer met elkaar in de kerk, maar steeds vaker gewoon in de kroeg, op de kermis, in het verenigingsleven of tijdens festivals. Die verbindingen zijn wisselend, tijdelijk, en in steeds andere combinaties. Maar ze vallen nooit uiteen. Het Brabantgevoel helpt daarbij. Het maakt een speelsere omgang met elkaar mogelijk. Niet voor niets is het is ook een gevoel van zelfspot en ironie. Brabanders nemen graag hun eigen identiteit op de hak. De Brabantse cabaretier Mark van de Veerdonk zegt hierover: “Het zou mij niet verbazen als Brabanders een grotere creatieve rechterhersenhelft hebben. Misschien valt dat te onderzoeken? De Brabantse humor en zelfspot zijn volgens mij diep geworteld in ons verleden. Brabant is vaak veroverd en geplunderd. Als je berooid in je boerenschuur zit, wat blijft er dan over dan samen lachen om de situatie?”

Waar het Brabantgevoel van Het Nieuwe Brabant nog stevig lag ingebed in loodzware opvattingen over waar Brabant voor stond en zich naartoe ontwikkelde, als eenheid van volk, religie, gebied en geschiedenis, daar is het Brabantgevoel van Het Nieuwste Brabant veel lichter, alledaagser en gefragmenteerder, maar ook praktischer, effectiever, eigenzinniger.

Hoogleraar Hans Mommaas, Tilburg University, studie naar de vrije tijd

Hoe houden we het gevoel in stand?

Hoe houden we het Brabantgevoel in stand? Je moet er vooral niet te krampachtig mee omgaan. Zo is er de angst dat het dialect verdwijnt. Ja, natuurlijk verdwijnt het. Vroeger had ieder dorp zijn eigen dialect, dat is niet meer zo. Maar er ontstaat vanzelf weer wat nieuws. De Brabantse taal verdwijnt niet, maar verandert. Het gevoel blijft.

Je kunt jongeren op school onderwijzen in de Brabantse geschiedenis en cultuur. Maar je kunt niet sturen hoe jongeren invulling geven aan het Brabantgevoel. De film New Kids Turbo bijvoorbeeld is volgens Rooijakkers niet “het gedroomde exportproduct waarmee Brabant zich mee op de kaart wil zetten. Laat staan dat dit het gedroomde Brabant is. Maar het is wel zoals het is…”

“Zij tonen de achterkant en de onderbuik van de regionale cultuur, met het voor Brabant zo typerende lokalisme in de vorm van Maaskantje. Kijk naar deze film en je begrijpt waarom georganiseerde criminaliteit (van roversbendes en smokkelaars, via illegale alcoholstokerijen en wietplantages, al dan niet in woonwagenkampen) al eeuwenlang endemisch is in Brabant, waarom de plaatselijke politieagent (net als de veldwachter uit het verleden) in een spagaat terecht komt tussen lokale loyaliteit en overheidsgezag.”

Brabantgevoel vernieuwt zichzelf

Brabantgevoel is te cultiveren en faciliteren, maar niet maakbaar. De kracht is juist dat het zich steeds spontaan vernieuwt. Neem de lokale dialecten die onmiskenbaar aan het verdwijnen zijn. Op zich is het jammer dat dergelijk cultureel erfgoed teloor gaat. Maar er komt, volgens Jos Swanenberg (hoogleraar 'Diversiteit in taal en cultuur' aan Tilburg University) nieuwe regionale omgangstaal voor terug. Kenmerken in taalgebruik, die eerder onbewust dan bewust, laten horen waar men vandaan komt en in welke kringen men verkeert. Volgens Swanenberg gaat deze omgangstaal in onze samenleving een steeds grotere rol spelen. Omdat de standaardtaal vaak als te formeel en afstandelijk wordt ervaren. En ook omdat men bewust wil laten horen waar men vandaan komt. De humuslaag aan dialecten van de afgelopen eeuwen brengt zo weer nieuw ‘Brabants’ voort.

De aloude Brabantse cultuur van verbinden, samenwerken en sociaal vertrouwen is niet alleen van belang als gekoesterde traditie. Het blijkt een belangrijke bron van fris verandervermogen. Het Brabantgevoel is een grote kracht, maar wel met de kanttekening dat we in een globaliserende wereld moeten opletten dat tolerantie en openheid naar buiten niet verloren dreigen te gaan. De verdere ontwikkeling van onze provincie is meer dan ooit gediend met verbinden naar buiten toe: alleen dan kunnen we het nog ruim aanwezige sociale kapitaal productief inzetten.

Avond over het nieuwste verbinden

Samen dingen maken, leidt tot verbinding

De avond van 26 juni 2014. Honderd mensen, veelal Brabanders, verzameld in de St-Jan te Roosendaal. Jan Tromp en Anne-Marie Fokkens als gespreksleiders. Aan tafel Wim Daniëls (schrijver en taalkundige), Gabriël van den Brink (hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde) en Lia Voermans(directeur Strategic Board Delta Region en juryvoorzitter van de Zundertse Bloemencorso). Tot niet zo lang geleden was het gemeenschapsgevoel in Brabant iets vanzelfsprekend. Je had de kerk, de school en het dorp. De kerk is niet meer de kerk van toen, de school loopt leeg en het dorp krimpt. En dan trekt de overheid zich nog eens terug. De vraag is dan ook waar we nieuwe vormen van verbinding kunnen vinden. Over een eigen identiteit in een globaliserende wereld.

Nieuwsgierig naar de andere avonden over Het Nieuwste Brabant? Ga dan naar de website van BrabantKennis

Selecteer een thema

Het Nieuwste Brabant: ruim 650 pagina’s essays, interviews en gedichten, met prachtige foto’s en illustraties is helaas UITVERKOCHT!

Het Nieuwste Brabant vindt zijn inspiratiebron in Het Nieuwe Brabant, een bijzondere, driedelige uitgave die in de periode 1952-1955 is verschenen. Het Nieuwe Brabant was een initiatief van toenmalig commissaris van de Koningin, Jan Eduard de Quay (1901-1985).

U kunt de digitale versie van Het Nieuwe Brabant lezen op: www.brabant.nl/hetnieuwstebrabant